December 4, 2008

Gerrit Kouwenaar

Gerrit Kouwenaar [Netherlands]
1923

Born in Amsterdam in 1923, Gerrit Kouwenaar was one of the first poets to join the Experimental Group Holland, until then more or less dominated by painters. His first works were printed in clandestine publications during World War II. After the war he earned a living as a translator and journalist. He also wrote novels before turning his attentions solely to poetry.

His early work displays a political motivation, a great faith in language, and a curiosity for what is hidden behind a word (one of his books of poetry carries this title). His later poetry reflects intensely on the relationship between language and reality, becoming as it were a laboratory in which the poem no longer originates through écriture automatique but is consciously constructed. Seeking to create “the poem as an object,” Kouwennar denounces the idea of poetry as a vehicle for the outpouring of direct emotion and rejects the consolation of wishful thinking and sentimentalism.

Kouwenaar’s poetry is often described as a kind of murder, as he tries to cancel the denotative character of words. “I cut the throat of a world,” writes Kouwenaar in autopsie/anoniem. In the attempt is his desire to jettison the reality which is formed in and through the words that refer to it, allowing the poem to turn in on itself, becoming a thing among things, becoming reality itself.

His poetry and translations have won numerous prizes, including the 1971 Dutch State Prize for Literature and the 1989 Prize for Dutch Letters. In 1997 he was awarded the major VSB Poetry Prize for his latest volume de staat open (Time Is Open).


BOOKS OF POETRY

goede morgen haan (Amsterdam: Experimentale Groep, 1949; Querido, 1978); achter een woord (Amsterdam, 1953; reprinted in sint helena komt later); hand o. a (Amsterdam, 1956); de ondoordringbare landkaart (‘s-Gravenhage: A. M. Stols, 1957); het gebruik van woorden (Zaadijk: J. Heijnis, 1958); de stem op de 3e etage (Amsterdam: Querido, 1960); zonder namen (Amsterdam: Querido, 1962); sint helena komt later, gedichten 1948-1958 (Amsterdam: Querido, 1964); autopsie/anoniem (Amsterdam: Querido, 1965); 100 gedichten (Amsterdam: Querido, 1969); data/décors (Amsterdam: Querido, 1971); landschappen en andere gebeurtenissen (Amsterdam: Querido, 1974); volledig volmaakte oneetbare perzik (Amsterdam: Querido, 1978); gedichten 1948-1977 (Amsterdam: Querido, 1982); het blindst van de vlek (Amsterdam: Querido, 1982); het ogenblik: terwijl (Amsterdam: Querido, 1987); een geur van verbrande veren (Amsterdam: Querido, 1991); kijk, het heeft gewaaid (Amsterdam: Querido, 1993); de tijd staat open (Amsterdam: Querido, 1996); helder maar grijzer: gedichten 1978-1996 (Amsterdam: Querido, 1998); een glas om te breken (Amsterdam: Querido, 1998); totaal witte kamer (Amsterdam: Querido, 2002)

BOOKS IN ENGLISH

décor/stills (Deal, Kent, United Kingdom: Actual Size Press, 1975)


de dag

Op de dag dat ik er was stonden de klokken zeven
de buren praatten op de balkons over vrede
mijn vader schreef een stuk over een brand
mijn moeder was gelukkig dat zij een zoon had

de ooms sneden koek ik lag geheel gesloten
de wereld gaf prompt antwoord met sportmanifestaties
de avond was vol auto’s met supporters
de tantes liepen geruisloos met gloeiend water

de krantenman op zijn racefiets groette de dokter
de ogen van de stad stonden wijd open in avondzon
omdat ik er was in een kom van asfalt
omdat ik er was speelde her orgel gedempt in de verte

in de nacht kwam mijn vader met een jas vol brandgeur
hij liep op gummibottines de trap op en af
hij heeft op het balkon een cigarillo gerookt
hij dronk een glas wijn en dacht ik kan zweven.


(from acter een woord, 1953)


the day

The day I was there the clocks stood at seven
the neighbors on the balcony talked about peace
my father was our reporting a fire
my mother was happy she had a son

the uncles dished out pie while I lay entirely locked
the world promptly replied with sports demonstrations
the cars full of supporters crowded the evening
the aunts walked soundless with scalding water

the newsboy on his racer greeted the doctor
the eyes of the city were agog in the evening sun
because I was there in a basin of asphalt
because I was there the street organ played subdued in the distance

that night my father came home in a coat smelling of fire
he went on rubber half boots up and down the stairs
he smoked a cigarillo on the balcony
he drank a glass of wine and thought I can float.

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer


elba
Voor Constant

Ik draag een waarschuwing bloedjas
en ik sta op elba.
Ik heet napoleon, ik heet o.a. napoleon
en ik sta op elba.
Ik draag honderd namen
en ik sta op elba.
Ik ben de achterkant van een heer.
O lieve generalen, zie mijn snavel
op elba.
Wandel met mij de parken verbanning en twijfel.
Er zijn nachten dat ik opzit als een snavelhondje.
Mijn rots is bruin, ge kunt het zien.
Mijn oog is het raderwerk van uw uitvindengen:
ATOOMBOOM! Dank u, heren!

Maar nu de angst in parijs huist
op de keien die mijn parades nog proeven,
op de terrassen von kolonel sartre,
belijd ik de eiffeltoren de zee uit,
stalen angstfiliaaltje
op elba.

Ge denkt dat ik dood ben?
Ik sa er met sable, met snavel, met bloedjas.
Mijn lichaam is groot en vet
en vet van de beenderen hitler en bismarck en nietzsche en truman.
Chaplin is mijn lakei, maar ik weet het:
hij steelt epauletten voor kermis
en tabak voor de slaven van soho,
hij steelt mijn historie voor marx—
protesteert, generalen!

Ik sta als een stinkput op elba.
O generalen, proef de lyriek van mijn rotting.
Herhaal mij en groei mij.
Ik wacht u met spengler en galgen uit het museum.
Verlos mij, roep ik, maar hoop niet.
De slaven geloven geen kralen meer, generalen.
Ik heet o.a. napoleon van elba
en sint helena komt later.


(from achter een woord, 1953)


elba
for Constant

I wear a warning bloodcoat
and I stand on elba.
My name is napoleon, among others my name is napoleon
and I stand on elba.
I bear a hundred names
and I stand on elba.
I am the other side of a gentleman.
My dear generals, look at by beak
on elba.
Walk with me the parks of doubt and exile.
There are nights I sit up and beg like a beak-dog.
My rock is brown, as you can see.
My eye is the clockwork of your inventions:
ATOM BOMB! Thank you, gentlemen!

But now that terror dwells in paris
on the cobblestones still tasting my parades,
in the pavement cafés of colonel sartre,
out of the sea I profess the eiffel tower,
steel affliliation of fear
on elba.

You think I’m dead?
I stand here with saber, with beak, with bloodcoat.
My body is big and fat
and fat with the bones hitler and bismarck and nietzsche and truman.
Chaplin is my lackey, but I know:
he steals epaulettes for the fair
and tobacco for the slaves of soho,
he steals my history for marx—
generals, protest!

I stand like a cesspit on elba.
O generals, taste the lyric of my rotting.
Repeat and grow me.
I wait for you with spengler and gallows from the museum.
Deliver me, I cry, but do not hope.
The slaves no longer believe the beads, generals.
My name is among others napoleon of elba
and st. helena comes later.

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer


hand o.a.

Op de weg loopt mijn hand naakt op vijf poten.
Hij komt een andere spin tegen.
De spin zegt ik leef graag onder kanten voorhangen blouses.
En zij lopen de avond valt een vrouwelijke vrouw staat te huilen.
De hand troost haar met deen droom.

Ik droomde dat ik jong was.
Ik wiegelde in leren waterzakken.
Het onweerde langzaam.
Ik kreeg een grijs verleden vol stof regen.
Ik wierp twee zwarte borden op het terras tusssen de tuinstoelen
en hinkte snikkend tussen de bessenstruiken.
Ik wilde mij naast de spin neerwerpen.
Maar de entende tuinman lachte.
En ik liep op vijf poten naar het huis van mijn linkse vader en
mijn handige moeder en leefde plotseling tot ik ontwaakte.

De vrouwelijke vrouw droogt haar tranen en begint te lachen.
De spin haalt een boek te voorschijn en verbergt de lachende
vrouw tussen de bladzijden.
De hand vervolgt lezend mijn weg—


(from hand o.a., 1956)




Hand Etc.

Down the road my hand walks naked on five legs
He meets another spider.
The spider says I like to live under lace curtains blouses.
And they walk the night falls a womanly woman stands crying.
The hand consoles her dream.

I dreamt I was young.
I rocked in leather waterbags.
It thundered slowly.
I got a gray past full of dust rain.
I threw two black plates on the terrace among the garden
chairs and sobbing limped through the currant bushes.
I wanted to lie down next to the spider.
But the grafting gardener laughed.
And on five legs I walked to the house of my left father and
my hand mother and suddenly lived till I woke up.

The womanly woman dries her tears and begins to laugh.
The spider brings out a book and hides the laughing woman
between the pages.
Reading the hand continues on my way—

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer


een zonnige ochtend

De zon die hem wakker sloeg

volstaan zou te schrijven:
de hamer neerkomend op de domme
of achteloze vinger
ontkentent een wereldoorlog

of beter: de eerste blinde schermutselingen
in het monstreden grensland: in het jonge zonlicht
gaat het oude weerlicht nog even
volledig vrloren

de rest is pakpapier, houtwol
journalistiek, psychologie, voort-
planting, het uitstellen van zelfmoord
de romankunst, heldendom, lafheid, liefdes
als lieveheersbeestjes bijtend, als vliegen
wegvliegend naar ander aas

de rest is wat wij verdedigen
wat vernield wordt
de republiek of het koninkrijk
het dagelijks brood of althans
het gat in de maag
dit gedicht


(from zonder namen, 1962)


a sunny morning

The sun striking him awake

sufficient to write:
the hammer coming down on the stupid
or heedless finger
unchains a world war

or rather: the first blind skirmishes
in the disputed borderland: in the young sunlight
the old lightning for an instant
completely lost

the rest is wrapping paper, woodwool
journalism, psychology, pro-
creation, the postponing of suicide
the art of fiction, heroism, cowardice, loves
biting like ladybugs, like flies
flying away to other bait

the rest is what we defend
what is demolished
the republic or the kingdom
the daily bread or at least
the gap in the stomach
this poem


Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer




als een ding

Een gedicht als een ding

een glazen draaideur en de chinese ober
die steeds terugkeert met andere schotels

een parkwachter die zijn nagels bijvijlt
tussen siberische kinderen uit maine

een venus van de voortjid samen met
een spin op de snelweg

een glas moedermelk, een geel
gesteven smoking

een bij, een pennemes
beide stekend, een vliegtuig
dat oplost in dorpsregen

een gedicht als een ding.


(from zonder namen, 1962)



as an object

A poem as an object

a glass revolving door and the chinese waiter
returning steadily with other dishes

a park attendant filing his nails
amid siberian children from maine

a prehistoric venus together with
a spider on the freeway

a glass of mother’s milk, a dinner jacket
starched yellow

a bee, a penknife
both stinging, an airplane
dissolving in village rain

a poem as an object

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer



zonder namen

Als ik zie hoe machteloos de gedachten van velen
de namen omzwermen
als volièrevogels het zangzaad
beklim ik liever het naamloos ding dat een berg is
desnoods halverwege

het zwijgen te toonzetten
maar de naam te verzwijgen, niet uit eerbied
maar uit eenvoudige blindheid
en zó de stof het feit en de tijd
nauwkeurig te zeven door vlees
ziedaar een poging tot maken

desnoods halverwege: uitzicht
op een hard ing dat ruimte loslaat en uitspaart

zeer werkelijk is de slaap en de gestilde honger
zeer denkbaar want niet benoemd

en hoe sneller de huizen
aan handen en ogen ontvallen
hoe groter men woont—

(from zonder namen, 1962)



without names

When I see how helplessly the thoughts of many
swarm round the names
like caged birds round birdseed
I’d rather climb the nameless thing that is a mountain
if need be halfway

setting silence to music
but suppressing the flame, not out of respect
but out of sheer blindness
and so thoroughly sifting
time fact and matter through flesh
that is an attempt at creation

if need be halfway: a view
of a hard thing releasing and leaving out space

highly real is sleep and the stilled hunger
highly conceivable because unnamed

and the sooner the houses
fall away from hands and from eyes
the greater one lives—

—Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer


gebeurtenis

Rokend een sigaret van blonde gestolen tabak
sta ik op de landweg

hoe egypt zich mengt met zuring
hoe windstille dampt (nog onverglijkbaar
met gifgas) de verboden geur
als een kamer vasthoudt

hoe de populieren hun zilver tonen
hoe de hemel eensklaps voorgoed van god ontdaan is

hoe de naam stilte zelfs te luid is
hoe er niets gebeurt niets gebeurt
hoe er volstrekt niets gebeurt—


(from zonder namen, 1962)



event

Smoking a cigarette of stolen blond tobacco
I am standing in this country lane

how egypt blends with sorrel
how windless vapor (yet incomparable
to poisonous gas) retains the forbidden
fragrance like a room

how the poplars show their silver
how suddenly the sky is shorn of god forever

how even the name of silence is too loud
how nothing happens nothing happens
how absolutely nothing happens—

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer




van eiland naar land

Varend van eiland naar land: een eenvoudig
tafereel van roestig wit ijzer, splijtend
beslagen groen water waar ik naar kijk

kijkend zeer goed bewust ben ik mij
van mijzelf
in dit hier en dit nu, beide
niet eeuwig maar toch duuzamer
dan bijvoorbeeld een woord: ik denk omdat
de dood onmerkbaar nabij is

en terwijl het strijkje valencia inzet
zie ik eensklaps loodrecht onder mij
een dood wit paard drijven
op zijn zijde

een dood wit paard
wij varen er voorbij
met ongelooflijke snelheid—


(from zonder namen, 1962)



from island to land

Traveling from island to land: a common
tableau of rusted white iron, splitting
the blurred green water I’m watching

watching I’m fully aware
of myself
in this here and this now, both
not everlasting but still more durable
than for instance a word: I guess
because death is insensibly near

and as the stringband strikes up valencia
I suddenly see straight below me
a dead white horse drifting
on its side

a dead white horse
we sail past it
at incredible speed—

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer




ervaring

De stad verlaten, moteren en gras maken onbehagen
draaglijk, het hoornvee kalft
in een ooghoek, hoofd en hart staan ‘s avonds
gebakken op tafel

dit geweldig grote bed buiten
vol drachtige dochters slordige kussen bebloede lakens
is voor een dicther met hooikoorts
het einde, stervende zoek hij
nog zijn barstende bloknoot

in alle ernst, op een aarde van steen tussen mieren
van een zeer groot formaat, tussen dennen zijnde
god weet het spaarren met knappende oren
want op 2000 hoogte en daarbig gezalfd
door een 30-graads hitte, termidden van geuren
nog allen vergelijkbaar met peper
duur badzout, en elom en overal en rondom etcetera
een verte, zo bars en zo zacht en zo werkelijk
etcetera, dat hij
werkelijk ontroerde tot in zijn inwendige
deed hij terzijde de weg
zijn behoefte

kortom
ten lange leste
weer een ervaring—


(from 100 gedichten, 1969)


experience

Leaving this city: engines and grass
make discomfort bearable, the horned cattle
calves within eyeshot, in the dark
head and heart are brought to the table

this enormous bed outside
full of bearing daughters shoddy kisses bloody linen
is as much as the living end
for a poet with hayfever, dying
he still looks for his bursting notebook

in earnest, on an earth of stone among ants
of a very large size, among pine trees being
heaven know fir trees, with popping ears
because at 6,000 feet and moreover anointed
with an 80º heat, amid smells
comparable only to extra
fragrant bath salts, and everywhere and nowhere etcetera
a distance so stern and so soft and so true
etcetera, that he was truly and deeply
moved in his insides
he relieved himself
alongside the road

in short
at long last
another experience—

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer

een wintermuziek

Hij denkt: het rammelt in mijn arm
hij zegt: het rammelt in mijn arm
en inderdaad: het rammelt
in zijn arm

de ernst des levens in een bange heer
die krimpt
en krimpend denkt en krimpt
de ernst des levens is een lekkerbek die eet
en slinkt

hij light voltallig in het dons
met oesters zwarte kat kalkoen
hij denkt: dit kan niet eeuwig doorgaan
het rammelt in mijn arm, het krimpt
en inderdaad: hij zegt zeg zeg
wat nu
is napalm—


(from 100 gedichten, 1969)



a winter music

He thinks: it rattles in my arm
he says: it rattles in my arm
and yes indeed: it rattles
in his arm

the gravity of life it is
a frightened gentleman who shrinks
and shrinking thinks says and shrinks
the gravity of life is a gourmet who eats
and dwindles

he lies entirely in feathers
with oysters black cat turkey
he thinks: this can’t go on forever
it rattles in my arm, it shrinks
and yes indeed: says he say say
now what
is napalm—

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer



zie de dagladen

Schrijvend aan een collega
die mij een gedicht zond over
800.000 gelikwideerde roodhuiden
(zie de dagladen voor nadere informatie)
dat het niet voldoende is
geëngageerd te zijn als men
een geëngageerd gedicht wil schrijven
godbeter eensklaps een olh-beestje
jong want twee stripjes zit op deze
aprilavond tijdens de boekenweek
onbeweeglijk op de q
van mijn triumph

ik kan het niet gebruiken
wil het, schrijvende wat ik schrijf
en trouwens van huis uit toch niet
bij de 800.000 roodhuiden voegen
bekijk het dus, eveneens onbeweeglijk, bewonder
zijn schoonheid, sputter
symbolisch sekreet, nou nou, die andere
werkelijkheid is wel klein geworden

nochtans het is er, dus ik
integreer het in godsnaam
maar in mijn missive als bewijs uit het ongerijmde
dat geen werkelijkheid op zichzelf staat: 800.000
gelikwideerde roodhuiden vereisen om precies te zijn
30 aanslage
éé leven onzelieveheersbeestje (lieve help)
eveneens

vervolgens spatie

dit wordt nadenken geblazen, een glaasje
kan daarbij nooit kwaad, die brief
kan wachten

inmiddels
na 10 minuten gewacht gedacht gepeerd te hebben
het insekt blijkt verwenen, de brief
een open deur—


(from 100 gedichten, 1969)



see the papers

Writing to a colleague
who sent me a poem about
800,000 liquidated redskins
(see the papers for further details)
that it’s not enough
to feel socially involved if you want to
write a social poem
my god all of a sudden a ladybug
young since it has two dots on this
april evening during the national book week
motionless on the q
of my remington

I can’t use it
don’t want to, writing what I write
and anyway by my nature
add it to the 800,000 redskins
so look at it, likewise motionless, admire
its beauty, sputter
symbolic bugger, so so, that other
reality has got pretty small

nevertheless it’s there, so I
integrate it for god’s sake
in my missive as indirect evidence
that no reality is an island: 800,000
liquidated redskins require to put it precisely
25 strokes

a single live spotted ladybug (my goodness)
also

after which a space

this will take some thinking, a drink
too wouldn’t do any harm, that letter
can wait

meanwhile
after 10 minutes of waiting thinking sipping
the insect turns out to have vanished, the letter
an open door—

Translated from the Dutch by James S Holmes



waarvan men niet kan spreken

‘Waarvan men niet kan spreken
daarover moet men zwijgen’*

dus in feite slechts doenlijk
in feiten, dus ondoenlijk
in taal
zonder ten minste dat onbepaald lidwoord: een

liefde die zonder veel praten
de wereld plat ligt als gras

in de lauwe melk van de avond
was de wereld een park vol kosteloze rozen

jij en ik
toen de vulkaan losbarstte
toen de gemeenteraad door de knieën ging
toen de koffiepauze aanbrak

jij praatte voorbij je mond iets over
de draad van ariadne, ik
mij bevrijdend dacht dat ik strike—


*Wittgenstein: Tractatus: 7

(from 100 gedichten, 1969)



whereof one cannot speak


“Whereof one cannot speak
thereof one must be silent”

so in fact only feasible
in facts, so unfeasible
in language
without at last that indefinite article: a

love that without much talking
flattens the world like grass

in the lukewarm milk of the evening
the world was a park with gratis roses

you and I
when the volcano erupted
when the city council gave in
when the coffee break broke

you let your tongue run
away with you babbling about
ariadne’s thread, and I
releasing myself thought I’d choke—


Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer


decor in 3 bedrijven

1

Hetzelfde decor als gisteren
als week
als altijd

de bocht van een landweg die erens naartoe gaat
erens vandaan komt

links een heg van liguster
rechts een heg van liguster
fluitekruid in de bermen, links en rechts

fragment van een lengte
frament van een cirkel
een rustpunt
een stilstand

hierin haast niet willekeurig
het totaal van de latere lezer, nu even
voorgoed aan de grond genageld


2

tussen gisteren en nu was het donker
de verandering lag wakker, bewoog niet

men sliep diep tussen twee helften, verschoof
in zijn tegendeel, en misschien

dat men de brug hoorde kraken of doof bleef
voor een slagregen die straks

dat is nu
in het woord slakken bekneld raakt

of tunnel
of bombers



3

vandaag hetzelfde decor
men rust
men staat stil

maar grondiger kijkend door het vergrootglas
van deze lichtval dit tijdstip
ontwaart men eensklaps geblakerd huisraad, afval
uit geen geordende borstkas, foto’s
van foto’s, vele
elkander betrappende voetstappen en vele vele
gebroken wapenstokken

stuikelend over de knapzak van niemand
prijsegevend bloedplasma leeftocht
gekiekt tussen muren van suiker
verlegend het oog tot een handschoen
denkt men
terwijl de grond als een gat op je toekomt
er is hier gehandeld
buiten mij om

en terwijl men herleeft en terwijl men
ogen en oren beurtelings afdekt en doorprikt
herkent men nog net
de wegstervende stilte die hier vaststaat
alsof men


(from data/décors, 1971)



décor in 3 acts


1

The same décor as yesterday’s
as last week
as always

the bend of a countryroad leading to somewhere
coming from somewhere

left a hedge of privet
right a hedge of privet
wild chervil on the verges, left and right

fragment of a length
fragment of a circle
a resting point
a standstill

now here
almost not at random
the whole of the future reader, just for this instant
permanently rooted to the ground


2

between yesterday and today it was dark
transformation lay awake, did not move

one was fast asleep between two halves, shifted
into one’s opposite, and perhaps

one heard the bridge creak or remained deaf
to a downpour which later

that is now
gets wedged in the word snails

or tunnel
or bombers


3

today the same décor
one rests
one stands still

but looking deeper into the magnifying glass
of this lighting this instant
one suddenly descries scorched furniture, rubbish
from an organized chest, photos
from photos, many footsteps
trapping each other and many many
broken truncheons

stumbling over nobody’s knapsack
conceding blood plasma victuals
snapped between walls of sugar
extending the eye to a glove
one thinks
while the ground like a hole approaches
something was enacted here
behind my presence

and while one relives and while in turn
eyes and ears are covered and pierced
one still recognizes
the fading silence established here
as though one

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer


dit is

Dit is niet mooi
dit is niet onleesbaar
dit is niet voor kinderen

dit is geen geheimtaal
dit verheft niet het volk

dit is den binnenkant
van je buitendeur, dit ken je
toch: je hand
vergroeid met de klink

op de mat onder je voet
het dagblad het weekblad het maandblad
het jaaroverzicht

het sneeuwt in de hitte
het sterft in de vrede, de letter
heeft alles gegeten niets
is niet waar, niets is verleden, niets
is veteerd—


(from landschappen en andere gebeurtenissen, 1974)



this is

This is not beautiful
this is not unreadable
this is not for children

this is no secret language
this doesn’t elevate the people

this is the inside
of your outside door, this you must
recognize: your hand
grown to the latch

on the mat under your foot
the daily paper the weekly the monthly
the annual report

it’s snowing in this heat
it’s dying in this peace, the letter
has eaten it all, nothing is
not true, nothing is past, nothing
eaten away—

Translated from the Dutch by Peter Nijmeijer


een geur van verbrande veren

Men komt thuis, het is maart, men ontsluit
het verwinterde huis, afzijn gebrek
hebben webben gestrikt, meeëters verteerd, de uil
door de schoorsteen de dood in gedreven

de vloer vol hulpeloos dons, de boeken kalk
wit bescheten, de glazen aan gruizels
op het eeuwige bed een proper karkas
met machtige vleugels

wat heeft men gedaan vandaag?
takken geraapt, de kwijnende vlier beklaagd
vuur gestookt van afval—


(from een geur van verbrande veren, 1991)



a smell of burnt feathers

One comes home, it’s march one opens up
the wintered house, absence and lack
have knotted webs, consumed freeloaders, driven
the owl through the chimney to death

the floor full of helpless down, the books
shit chalk-white, the glasses in smithers
on the eternal bed a tidy carcass
with huge wings

what did one do today?
picked up branches, bewailed the withering
elderberry, fueled a fire with trash—

Translated from the Dutch by Lloyd Haft



onleesbaar

Het wetmelt stilstand, wit, waaroom, hoe diep
moet men dit zien om zich te aarden delven

om hier te zijn en nu, toekomst die vlees wilde
en zich vergiste, opgedolven spade

sikkel en steenhak haast geworteld, echo
herkauwd door tanden die altijd, geen woorden

dan dit beoogde, blindaas voorjaarszegge
bloedperzik worgpeer nachtegalen, volmaakt

op dit papier dat nu verregent, nu
al weer droog waait, datum, rest onleesbaar—


(from een geur van verbrande, 1991)



illegible

Statis teems, white, why, in what depth
must one see this to ground oneself, dig

to be here and now, future that wanted flesh
and erred, dug-upshovel

sickle and stonequare practically rooted, echo
chewed over by teeth that always, no words

other than this the intended, gadfly spring sedge
bloodpeach chokepear nightingales, perfect

on this paper that’s now getting rained on, now
blowing dry again, date, rest illegible—

Translated from the Dutch by Lloyd Haft



PERMISSIONS


Permission to reprint poems in Dutch granted by Querido, Amsterdam, The Netherlands. Coyright ©1977 and 1996 by Gerrit Kouwenaar. Reprinted from gedichten 1948-1977 and gedichten 1978-1996.

“the day,” “elba,” “a sunny morning,” “as an object,” without names,” “event,” “from island to island,” “experience,” “a winter music,” “see the papers,” “whereof one cannot speak,” “décor in 3 acts,” and “this is”
Reprinted from Peter Glassgold, edited with an Introduction,
Living Space: Poems of the Dutch
“Fiftiers”
(New York: New Directions, 1979). ©1979 by Peter Glassgold/The Foundation for the Translation of Dutch Literary Works. Reprinted by permission of New Directions Publishing Corp.

“Hand Etc.”
Reprinted from James S Holmes and William J. Smith, editors,
Dutch Interior:
Postwar Poetry of the Netherlands and Flanders
(New York: Columbia University Press, 1984). ©1984 by Columbia University Press. Reprinted by permission of Columbia University Press.

“a smell of burnt feathers” and “illegible”
Reprinted from a manuscript of “Selected Poems from The Smell of Burnt Feathers,” translated by Lloyd Haft. ©1998 by Lloyd Haft. Reprinted by permission of Lloyd Haft.



No comments: